Kleine leeuwentand ()

Kleine leeuwentand


Een andere benaming is Thrincia (Thrincia hirtum of Leontodon hirtum - Ruwe Paardebloem). Kenmerkend zijn de naar onderen omgebogen bloemknoppen. Bladeren in een rozet op de grond. De bloemstelen zijn teer, van onderen iets gebogen, en zonder schubben, soms wel met 1 of 2 korte slipjes; bij grote planten vaak zeer talrijk. De buitenste vruchtjes hebben geen pluisharen, ze liggen, als ze rijp zijn, in de lepelvormig uitgeholde blaadjes van het omwindsel, deze blaadjes staan dan waterpas uit.
Ook de Ruige Leeuwentand heeft gebogen bloemknoppen; de beharing van deze plant is, zoals de naam al doet vermoeden, ruiger en dichter.
De Herfstleeuwentand (of Vertakte Leeuwentand) onderscheidt zich van deze twee door de rechtopstaande bloemknoppen en de vertakte bloemstengels.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Kleine_leeuwentand
familieComposietenfamilie (Compositae of Asteraceae:)
info familieDe Composietenfamilie is op de Orchideeënfamilie na de grootste plantenfamilie. Meer dan een tiende deel van onze inlandse soorten behoren tot deze groep. Kenmerkend voor deze familie is de samenstelling van de bloem: elke ′bloem′ bestaat uit een aantal kleine bloempjes. Die kleine bloempjes hebben niet ieder een eigen kelk, maar ze worden bijeengehouden door een korfje of omwindsel van blaadjes. Zie voor meer informatie over deze familie Infoteksten/gele composieten elders op deze site.
geslacht Leeuwentand (Leontodon)
info geslacht Gele bloemen met onvertakte, bladerloze stengels. De bloemsteel is behaard, buitenste omwindselblaadjes niet helemaal neergeslagen. Tot dit geslacht behoort ook de Kleine Leeuwentand (Thrincia). Geknikte bloemknoppen zijn kenmerkend voor de Kleine en de Ruige Leeuwentand.
De herfstleeuwentand (ook wel Vertakte leeuwentand) is wel vertakt en duidelijk te herkennen aan de overgang van stengel naar omwindsel. Deze overgang is geleidelijk, waardoor een soort trechtervorm ontstaat.
naam Kleine_leeuwentand (Leontodon saxatilis)
waar algemeen, vooral in duinen
bloei juni - november
kleur geel
blad langwerpig met breedste deel boven het midden, getand
vrucht nootje met pluis