| LEVEN IN DE DUINEN | Foto’s met begeleidende informatie, met accent op de duinflora | CONTACT | ||
HOME==>Info Bekermos
| ||||
| Bekermos behoort, evenals rendiermossen en heidestaartjes tot de Cladonia groep. Van de ongeveer 350 soorten komen er 50 in Nederland voor. De bekendste bekermossen die in de duinen voorkomen zijn: | ||||
|
Kopjesbekermos (Cladonia Fimbriata) Kopjesbekermos komt voor op bomen, op de grond, op hout en op steen. Kopjesbekermos heeft een vrij gladde steel (fijne sorediën). De vorm doet mij een beetje denken aan een vuvuzela: lange slanke steel uitlopend in een kopje. |
Bruin bekermos (Cladonia grayi) Bruin bekermos komt voor op bomen, op de grond, op hout en op steen. Bruin bekermos is te herkennen aan de verweerde wittige/roze rand en de afstaande schubben; naar boven toe kleurt de beker vaak bruin. Bruin bekermos ziet er nogal rommelig uit in vergelijking met het sierlijke kopjesbekermos. (foto samen met Dove heidelucifer) |
Duinbekermos (Cladonia poccilum) Zoals de naam al doet vermoeden een soort die eigenlijk alleen in de kustgebieden op kalkrijk zand voorkomt. Het is te vinden op de grond en op steen. Meest opvallende kenmerk van het duinbekermos zijn de platliggende, samengesmolten grondschubben. Duinbekermos heeft geen sorediën*. De soort is ruw bebladerd. Ook de beker is aan de binnen- en buitenkant bebladerd. Duinbekermos vind je vaak in gezelschap van vals rendiermos (Cladonia Rangiformis) |
||
| Rood bekermos (Cladonia coccifera) Rood bekermos groeit op de grond, op hout en op steen. De soort is duidelijk te herkennen aan de rode apothecia (sporenvormende vruchtlichamen) en de mintgroene tint. De soort kan verward worden met de Rode heidelucifer. De rode heidelucifer heeft echter veel smallere apothecia en is min of meer rond. |
Rafelig bekermos (Cladonia ramulosa) Rafelig bekermos groeit op bomen, op de grond en op hout. Kenmerkend is de 'ontplofte' beker, deze ziet er plat en 'vertakt' (diep ingesneden) uit. Rafelig bekermos heeft een gladde schorslaag met weinig blaadjes en lichtgroene grondschubben die wat op Zomersneeuw lijken. |
Dove heidelucifer (Cladonia macilenta) Fijne grijze grondschubben met fijn soredieuze podetiën. Onderkant grondschubben wit met enkele gele-oranje plekken aan de basis. Die geel-oranje plekjes zijn vaak een handige aanwijzing! Soms zitten onderaan de staafjes (podetiën) ook schubben. Het is de meest voorkomende Cladonia op de grond en strooisel in de heide. Veel op rottend hout en boomstronken. Soms epifytisch; of op gesteente of oude muren. Lijkt op Smal bekermos (Cladonia coniocraea), maar deze soort is groener van kleur |
||
| Frietzakbekermos (Cladonia humilis) Friet- of patatzakbekermos komt voor op de grond en op steen. De bekers zijn fijn soredieus en plomp, de grondschubben groot. De overgang van steel naar beker verloopt geleidelijk en niet zo duidelijk afgescheiden als bij C. Fimbriata. Hierdoor lijkt de beker wat op een puntzak. Opvallend is de lichtere kleur van de sorediën (lichter dan het thallus). De kleur van de grondschubben is groen tot grijsgroen. Ze staan altijd rechtop en ze zijn vaak bedekt met sorediën, de onderzijde is wit. |
Fijn bekermos (Cladonia chlorophaea) Fijn bekermos is anders dan de naam misschien zou doen vermoeden ook grof bebladerd. De bekers zijn gecombineerd fijn tot grof soredieus en zoals gezegd ook nog eens bedekt met tal van kleine schubjes. Het is vooral een boombewoner en groeit dan op de schors van de zomereik, de berk of de grove den in bosrijke gebieden op zandgrond. Ook op rottend hout. Het komt minder vaak voor in de kustduinen. |
Zomersneeuw (Cladonia foliacea) Zomersneeuw herken je aan de grote, geelgroene grondschubben. Bij droogte krult zomersneeuw om en toont haar ietwat gelig witte onderzijde en kleurt zo hele stukken open duin wit (vaak in gezelschap van Vals rendiermos (Cladonia rangiformis) en Groot duinsterretje (Syntrichia ruralis). De randen van de grondschubben hebben geen sorediën, maar zijn vaak bezet met zwarte ciliën (trilharen). Podetiën (bekers of takjes) komen niet zo vaak voor. Ze zijn smal bekervormig met soms bleekbruine apotheciën. |
||
| Bruin heidestaartje (Cladonia glauca) | Gevorkt heidestaartje (Cladonia furcata) | |||
| Bruin heidestaartje onderscheidt zich van andere staafvormige bekermossen door de fijne bebladering over de gehele staaf. Soms is bruin heidestaartje, vooral naar de top toe, sterk soredieus en dan lijkt het op C. macilenta (Dove heidelucifer). Hier is het zaak op de rode accenten van C. macilenta te letten! De grondschubben zijn niet soredieus en zijn aan de onderzijde wat wittig. Bruin heidestaartje is grijs, maar vaak bruin aangelopen. De top is bovenaan vaak vertakt. | Gevorkt heidestaartje is glad tussen de blaadjes | Smal bekermos groeit op zure schors van levende en dode bomen, maar ook op de grond, op hout en op steen. Dit bekermos heeft een lange stengel met een kopje dat ongeveer even breed is als de stengel. Hierdoor lijkt het weer op de Heidelucifer (C. macilenta) dat echter meer grijs van kleur is en vaak hier en daar wat rood (oranje-geel) op de grondschubben heeft, of het Heidestaartje (C. subulata), deze soort heeft minder grondschubben en lange vertakkingen. Je komt smal bekermos vooral tegen in droge bossen op zandgrond, ook in de duinen. | ||
| Geelwit bekermos en Vertakt bekermos worden slechts incidenteel gevonden in de kustduinen. | ||||
| De soorten groeien onbekommerd door elkaar heen, wat het determineren er niet eenvoudiger op maakt! Wil je meer weten over bekermos en andere korstmossen in de duinen, dan kan ik de "Veldgids Korstmossen van duin, heide en stuifzand" van André Aptroot, Kok van Herk en Laurens Sparrius aanraden. Goede uitle g aan de hand van verhelderende tekeningen en veel foto's. En als je er dan nog niet uitkomt kun je altijd het forum van de BLWG - Bryologische en Lichenologische Werkgroep van de KNNV raadplegen. | ||||
|
Bekermossen zijn lastig van elkaar te onderscheiden. Een eerste schifting is de kleur van de apotheciën: zijn deze rood (C. coccifera, C. macilenta, C. floerkeana) of bruin/zwart. Een tweede schifting kun je toepassen door te kijken of de bekers al dan niet soredieus zijn. Bekers met bruine apotheciën :
| ||||
| Leuk weetje: in de beker vangt het bekermos een waterdruppel op. Als het goed is past deze precies in de beker. Bij een volgende waterdruppel spat de eerste weg met medeneming van de sporen. | ||||
* De meeste korstmossen planten zich vegetatief voort. Dit kan op verschillende manieren gebeuren:
| ||||