HOME

Fluitenkruid

Fluitenkruid

Beschreven: Gewone berenklauw, Reuzenberenklauw, Wilde peen, Grote en Kleine bevernel, Fluitenkruid, Zevenblad, Gevlekte scheerling, Pijptorkruid, Dolle kervel, Watereppe, Roomsse kervel

In dit artikeltje gaat het hoofdzakelijk over de schermbloemigen uit het linkerrijtje, de niet-zeldzame soorten. De soorten die in het voorjaar en de zomer de bermen wit kleuren. De soorten die je gemakshalve maar Fluitenkruid of Wilde peen noemt, maar daarmee doe je de witte schermbloemigen toch te kort. Het ragfijne kant van de bloemschermen kent tal van patronen, de omwinselbladen en - blaadjes tal van variaties, evenals het stengelblad.

Reuzenberenklauw

Reuzenberenklauw met enorme paraplu

Schermbloemigen - algemeen

De familienaam spreekt voor zich: de plant heeft als bloeiwijze een groot scherm, als een omgekeerde paraplu. Dit scherm is samengesteld uit kleine schermpjes van (meestal) witte, gesteelde bloempjes. De bloempjes bestaan uit

  • een vijftandige kelk, vaak moeilijk te onderscheiden
  • een vijfbladige kroon,
  • vijf meeldraden
  • één stamper met een onderstandig vruchtbeginsel en twee stijlen.

De stijlen zijn aan de voet verdikt tot honingklieren.
Op de vruchten bevinden zich oliebuisjes die bij veel soorten aangenaam ruiken, denk hierbij bijvoorbeeld aan karwijzaad.

Echte valeriaan
Geen schermbloemige - Echte valeriaan - Let op! Bij leden van de Schermbloemfamilie maken alle bloempjes deel uit van het scherm.
Vergelijk dit met de in trossen staande bloemen van bijvoorbeeld de Valeriaanfamilie.

Waar moet je op letten bij het determineren van schermbloemigen?

  • Bevinden er zich aan de voet van de kleine schermpjes en/of aan de voet van het grote scherm omwindselblaadjes/omwindselbladen? *
  • Welke vorm hebben de kroon(bloem)blaadjes? Zijn ze allemaal even lang en gelijk van vorm, zijn ze meer hartvormig of meer rond van vorm, krullen ze om?
  • Hoe zien de zaaddozen eruit? Zijn ze glad of hebben ze ribben en bobbeltjes/stekeltjes? Zijn ze langwerpig of meer bolvormig?
  • Hoe ziet het blad eruit? Breed of smal, ruw of glad, diep of weinig ingesneden niet, samengesteld of niet, enkel-, dubbel- of driedubbel gevind**?

* De blaadjes rondom het grote scherm noemt men omwindselbladen. De blaadjes rondom de kleine schermpjes omwindselblaadjes.

** Bladvormen

  • Samengesteld blad - aan de bladsteel zitten meerdere aparte blaadjes.
  • Enkel gevind (geveerd) - de samenstellende blaadjes staan tegenover elkaar op korte steeltjes
  • Dubbel gevind (geveerd) - aan de samenstellende blaadjes zitten ook weer aparte tegenover elkaar staande blaadjes op korte steeltjes
  • Drievoudig gevind (geveerd) - nogmaals een afsplitsing van blaadjes.
  • Veerspletig - insnijdingen vanaf een kwart tot de helft van de zijnerf
  • Veerdelig: insnijdingen vanaf de helft van de zijnerf tot bijna aan de hoofdnerf toe

Wilde peen (Daucus carota

Wilde peen (Daucus carota

Wilde peen heeft opvallende omwindselbladen en -blaadjes

De Wilde peen is vrij gemakkelijk te herkennen aan de frivole (gedeelde) omwindselbladen rond de punt van het scherm en kleinere, maar niet minder frivole omwindselblaadjes rond de kleine schermen.
Ook heeft de plant de gewoonte om ′slaapbewegingen′ te maken: de stelen van de bloemschermen buigen naar binnen en vouwen zich om de rijpende vruchten. Je krijgt dan iets dat op een vogelnestje lijkt. De bloemen zijn wit tot roze. In het midden van het scherm bevinden zich soms, om onbestemde redenen, een aantal roodbruine bloempjes. Om het blad te leren herkennen kun je eens goed kijken naar het blad van de bospeentjes in de supermarkt (tot drievoudig geveerd met veerspletige blaadjes)


Gewone en Reuzeberenklauw (Heracleüm sphondylium en H. mantegazzianum)

Gewone en Reuzeberenklauw (Heracleüm sphondylium en H. mantegazzianum)

Gewone berenklauw - rijpe zaden

  • De beide berenklauwen (Gewone en Reuzen-) zijn forse planten.
  • De bloemschermen hebben geen of een uit enkele blaadjes bestaand omwindsel,
  • de omwindseltjes zijn veelbladig en zo goed als gaaf.
  • De stengel is kantig en gegroefd.
  • De bladeren zijn groot, ruw en gevind of vindelig (geen steeltje, maar ingesneden), de blaadjes zijn vaak gelobd.
  • De bladscheden zijn groot.
  • De vruchten zijn plat.

  • Gewone berenklauw

  • Scherm met 15-45 stralen, tot 20 cm in doorsnede.
  • De Gewone berenklauw heeft geen rood gevlekte stengel,
  • De onderste bladen zijn enkelvoudig en ondiep handlobbig,
  • de hogere bladen zijn enkel geveerd en hebben 5(-9) blaadjes, deze zijn vaak gelobd of gespleten, het onderste paar gesteeld,
  • Reuzenberenklauw

  • De Reuzenberenklauw is een niet-inheemse plant die kan uitgroeien tot een hoogte van 4 meter en grote schermen met tot wel 150 stralen en een doorsnede van 50 cm heeft.
  • De bloemschermen bestaan uit zo′n 80.000 witte bloempjes. Heel erg mooi, maar wel een bedreiging voor andere planten. Het zaad van de 80.000 bloempjes is namelijk ook nog eens erg kiemkrachtig en kiemt voordat andere, inheemse planten kiemen. Met als gevolg dat de Reuzenberenklauw de andere planten het zonlicht ontneemt.
  • De Reuzenberenklauw heeft een rood gevlekte stengel,
  • De bladeren zijn groot en grof, ze kunnen een doorsnede van 1 meter hebben.

De reuzenberenklauw kan verward worden met een andere, enorme schermbloemige, de Engelwortel. Verschil: de schermen van de berenklauw zijn plat, die van de Engelwortel bol.

Maak overigens niet de fout om de bladeren of de bloemen of wat dan ook van de Reuzenberenklauw te plukken voor een leuk boeket of ze even te herschikken voor een spannende fotocompositie. De plant scheidt nl. een sap af dat bij blootstelling aan zonlicht op brandwonden lijkende wonden op de huid veroorzaakt. Het duurt zeker twee weken tot deze jeukende wonden zijn genezen en je houdt er een litteken aan over. Komt het sap in de ogen, dan kan dit leiden tot blindheid.


Gewone_engelwortel (Angelica sylvestris)

Gewone_engelwortel (Angelica sylvestris)

De Gewone Engelwortel is een forse plant, er zijn geen omwindsels, de schermen zijn bolvormig

Ook de Engelwortel kan uitgroeien tot een enorme plant. De stengel van de Engelwortel is hol, rond, gestreept, vertakt en berijpt. Engelwortel herken je aan de halfbolvormige schermpjes en schermen en aan de opgeblazen bladschede. Er is geen omwindsel. De omwindselblaadjes zijn talrijk.

Er zijn twee soorten, t.w. de Gewone engelwortel en de Grote engelwortel. De beide soorten Engelwortel groeien van juli tot in de herfst.

De Grote engelwortel is van ouds een bekende geneeskrachtige plant. Ze werd vroeger ook wel Tamme engelwortel genoemd. De Gewone engelwortel Wilde engelwortel.

  • Gewone engelwortel (Angelica sylvestris)

  • blad groot en breed, gesplitst in eironde, gezaagde blaadjes
  • bladsteel onderste blad onderaan hol; onderzijde rond, bovenzijde gootvormig
  • stelen van de schermen vlokkig behaard
  • bloemkleur wit met roze zweem, soms roze of rood
  • stijlen aan het begin van de bloei veel langer dan het stijlkussen
  • vruchtwand bestaat uit 1 laag
  • zeer algemene plant op vochtige plaatsen
  • Grote engelwortel (Angelica archangelica)

  • blad dieper gezaagd en groter dan van de Gewone, lijkt wat op het blad van de Berenklauw, maar is dan fijner
  • bladsteel bovenzijde cirkelrond
  • stelen van de schermen glad, hooguit bovenaan iets behaard
  • bloemkleur wit met groene zweem
  • stijlen aan het begin van de bloei veel korter dan het stijlkussen
  • vruchtwand gemakkelijk te splijten
  • groeit in grienden en langs de grote rivieren


Melkeppe (Peucedanum palustre)

Melkeppe (Peucedanum palustre)

Melkeppe

Hoewel de naam doet vermoeden dat je hier met het geslacht Watereppe te maken hebt, behoort de Melkeppe tot het geslacht Varkenskervel waartoe ook de Karwij-varkenskervel behoort. Het geslacht Varkenskervel heeft dubbel tot driedubbelgeveerde bladen, de blaadjes zelf zijn vaak weer veerspletig, terwijl de Watereppe enkelgeveerd blad met gezaagde blaadjes heeft (zie hieronder).
Het omwindsel van de Melkeppe bestaat uit een aantal, vrij lange blaadjes. Hierin lijkt ze dan weer op de Watereppe. Ook zijn er omwindseltjes.
De vruchtjes van de Melkeppe zijn gevleugeld aan de rand, lensvormig, met draadvormige hoofdribben en ontbrekende zijribben. De stijlen zijn kort en teruggebogen, een kenmerk dat je dan ook weer terugziet bij de Grote watereppe. Melkeppe is een zeer algemene moerasplant en bloeit in juli en augustus.


Fluitenkruid (Anthriscus sylvestris)

Fluitenkruid (Anthriscus sylvestris)

Het Fluitenkruid bloeit vroeg, van april tot juni, dus daar hoef je je alleen in het voorjaar om te bekommeren. Maar dan is het ook erg mooi en het lijkt hele oppervlakken te bedekken met een fijn kleed van sierlijk kant. Het heeft


Roomse kervel (Myrrhis odorata)

Roomse kervel (Myrrhis odorata)

Roomse kervel (Myrrhis odorata)

Roomse kervel bloeit in mei en juni. Het blad geurt naar anijs. De vruchten van de Roomse kervel zijn opvallend lang (1,5-2,5 cm). Roomse kervel heeft


Zevenblad (Aegopodium podagraria)

Zevenblad (Aegopodium podagraria)

Zevenblad, ragfijne bloempjes

- wie het in zijn tuin heeft, zal er niet blij mee zijn: het is een woekeraar die zich lastig laat verwijderen. Toch is het eigenlijk een mooie plant, het ′kant′ is nog fijner dan dat van het Fluitenkruid. Een hele berm vol bloeiend Zevenblad is dan ook prachtig om te zien
De naam is verwarrend. Het blad bestaat uit 3 blaadjes, die zelf ook weer uit 3 blaadjes bestaan. Dubbel drietallig dus. En dat brengt je op 9 blaadjes totaal ... echter, vaak zijn de blaadjes niet volledig gesplitst, zodat er minder, een stuk of zeven, lijken te zijn.

Kenmerken zevenblad:


Dolle kervel (Chaerophylum temulum)

Dolle kervel (Chaerophylum temulum)

Dolle kervel herken je vooral aan

Het blad is dubbel geveerd. Soms is er een 1-bladig omwindsel.
De nog niet bloeiende schermpjes zijn geknikt.

LET OP!! De dolle kervel is ZEER GIFTIG. Je wordt er ′dol′, krankzinnig, van en kan er zelfs aan dood gaan. Sjamanen gebruikten in vroegere tijden de plant als drug om in contact te komen met de doden.
Op de beharing en de meervoudige geveerdheid van het blad na, lijkt de Dolle kervel erg op de eveneens zeer giftige Gevlekte scheerling.


  • Fluitenkruid

  • Fluitenkruid behoort tot het geslacht Kervel, waartoe ook Fijne kervel en Kervel behoren.
  • Fluitenkruid heeft gewimperde omwindselblaadjes. Deze zijn altijd 5-tallig.
  • Het blad van het Fluitenkruid is dubbel- of drievoudig geveerd.
  • Dolle kervel

  • Dolle kervel behoort, evenals de Roomse kervel,tot het geslacht Ribzaad.
  • De Dolle kervel heeft ook gewimperde omwindselblaadjes, maar altijd meer dan 5.
  • Het blad van de Dolle kervel dubbelgeveerd.


Knolribzaad (Chaerophyllum bulbosum)

Knolribzaad (Chaerophyllum bulbosum)

Kenmerken Knolribzaad

  • stengel onderaan rood en ruwharig, bovenaan glad
  • de kale omwindselblaadjes aan de voet van de kleine schermpjes
  • wortel zeer dik en eetbaar

Het blad is 3- tot 4-voudig geveerd, met smalle, spitse slippen. De onderzijde is behaard. Geen omwindsel.


Heggendoornzaad

Heggendoornzaad

Heggendoornzaad

Akkerdoornzaad (Torilis arvensis), Knopig doornzaad (Torilis nodosa en Heggendoornzaad (Torilis japonica)

Akkerdoornzaad (ook wel Zwitsers doornzaad genoemd) is zeer zeldzaam. Het is vooral te herkennen aan de vruchtjes met rechte, bij de top omgebogen stekels (weerhaakjes). Te vinden op vochtige, bemeste graslanden.

Knopig doornzaad is vrij zeldzaam. Het is een soort die groeit op en langs zeedijken en zodoende te vinden in Zeeland en langs de Afsluitdijk. Te herkennen aan de op hoofdjes lijkende schermen, het meerbladige omwindsel en het ontbreken van het omwindsel. Het blad is tot drievoudig geveerd. De buitenste vruchtjes van elk scherm hebben stekeltjes, de binnenste zijn met knobbeltjes bezet.

Heggendoornzaad is een algemene soort.

  • stengel ruwharig
  • blad enkel- tot drievoudig geveerd
  • blaadjes eirond, lancetvormig, veerspletig of naar de top gezaagd
  • omwindsel en omwindseltjes één- tot meerbladig
  • de splitvrucht is eirond, de deelvruchtjes zijn iets afgeplat
  • stekeltjes op de vrucht zwak naar boven gebogen, geen weerhaakjes
  • scherm meestal met 6-10 stralen
  • bloemen wit tot rozerood

Heggendoornzaad groeit vooral langs heggen en bosranden en op beschaduwde graslanden.


Grote en Kleine bevernel

Grote en Kleine bevernel

Grote bevernel, bloemen met naar binnen gevouwen bloemblaadjes (kroonblaadjes) en lange stijlen

De beide Bevernels hebben

  • geen omwindselbladen en -blaadjes rond de schermen
  • naar binnen gebogen bloemblaadjes (kroonblaadjes)
  • gevinde bladeren (althans de onderste)
  • vrij grote, tegenoverstaande bladeren met een gezaagde rand.
  • ronde zaaddoosjes

De tegenover elkaar staande of zittende bladeren zijn vrij gemakkelijk te herkennen. Let bij het determineren op het verschil tussen de stengelbladen en de wortelbladen. De bovenste bladeren zijn meestal lijn- of lancetvormig. De Kleine bevernel heeft meestal geen bladeren aan de bovenkant van de stengel, de Grote bevernel wel.

  • Grote Bevernel

  • bladen met kort steeltje, en dan vooral de onderste bladeren, de vorm is iets langwerpig
  • topblaadje samengesteld (dus 3 blaadjes op kort steeltje)
  • stijlen tijdens de bloei langer dan het vruchtbeginsel
  • li> stengel hol en gegroefd
  • kroonblaadjes met omhoog gekrulde top
  • Kleine Bevernel

  • onderste bladen zonder steeltje
  • topblaadje diep ingesneden
  • onderste bladen breed ovaal, de bovenste bladeren hebben vaak alleen een bladschede
  • stijlen tijdens de bloei korter dan het vruchtbeginsel
  • stengel gevuld, rond en gestreept


Grote watereppe

Grote watereppe

Grote watereppe

Watereppe heeft

  • omwindselbladen en -blaadjes rond de schermen
  • gevinde bladeren
  • tegenoverstaande blaadjes met een gezaagde rand.

Het blad doet denken aan het blad van de Bevernel, het is wat frisser van kleur dan het vaak donkergroen gekleurde blad van de Bevernels. Maar het verschil tussen de twee merk je natuurlijk direct op door de aan- of afwezigheid van omwindsels! Moerasscherm heeft ook zulk blad, maar dit blad bestaat minimaal uit 7 blaadjes, verder heeft Moerasscherm een kruipende stengel. Watereppe is, zoals de naam al doet vermoeden, een oever- en moerasplant.

Bij de Grote watereppe zijn de stijlen aan de rijpende vruchten kort en teruggebogen, hierin verschilt de plant van het Torkruid, dat stijlen heeft die even lang zijn als de vrucht

Watereppe is enigszins giftig!

  • Grote Watereppe

  • omwindselblaadjes groot, met gave rand
  • stengel kantig en gegroefd
  • bovenste blaadjes regelmatig gezaagd, onderste (in het water) fijn verdeeld
  • schermen met lange stelen
  • vrucht iets langwerpig
  • Kleine Watereppe

  • omwindselblaadjes groot, diep ingesneden
  • stengel rond en gestreept
  • bovenste blaadjes onregelmatig gezaagd
  • schermen met korte stelen
  • vrucht ongeveer even lang als breed


Pijptorkruid

Pijptorkruid

Pijptorkruid

Pijptorkruid

  • holle, opgeblazen stengels en bladstelen
  • de blaadjes aan die dikke bladstelen zijn iel
  • de bloempjes in de schermen zijn ongelijk van vorm, hebben korte steeltjes en trekken, als de plant uitgebloeid is samen. Dit geeft het scherm een beetje een rommelig uiterlijk
  • de stijlen zijn lang en blijvend
  • geen omwindsel.

Pijptorkruid groeit in moerassen en langs sloten.
De andere torkruiden hebben niet zulke buisvormige bladstelen. Watertorkruid groeit meestal in het water. De stengel is dan onderaan erg verdikt. Het blad is breed, 3- tot 5-voudig geveerd.
Het weide- of zilt torkruid (Oenanthe lachenalii) heeft wel een omwindsel. De stijl op de vrucht is kort, ca. half zo lang als de vrucht. De stengels zijn niet extra dik. Het verschilt op een aantal punten van Weidekervel-torkruid (Oenanthe silaifolia), maar de kans dat je deze plant tegenkomt is vrij gering, volgens de Soortenbank is ze in 1899 voor het laatst gezien in Nederland. Ook het zilt torkruid is een plant van de Rode Lijst.


Gevlekte scheerling

Gevlekte scheerling

Gevlekte scheerling

Gevlekte scheerling

  • Stengel wasachtig berijpt, vaak met rode vlekjes
  • blad drievoudig gevind, zacht-glanzend
  • bladstelen hol
  • veelstralige schermen
  • omwindsel aanwezig
  • omwindseltjes aanwezig, vaak naar één kant gericht
  • vrucht met knobbelige lijsten
  • onaangename geur

Alle delen van de gevlekte scheerling zijn giftig. Er wordt gezegd dat dit gif gebruikt werd om de gifbeker van Socrates te bereiden. De plant groeit langs dijken en wegen en op ruigten.


Waternavel

Waternavel

Waternavel

Waternavel is ook een schermbloemige, maar veel minder opvallend omdat ze laag bij de grond groeit en kleine bloemschermpjes heeft. Het is een plant van o.a. natte duinvalleien.


Waterscheerling

Waterscheerling

Waterscheerling

De Waterscheerling is een oeverplant. Het is een zeer giftige plant die veel voorkomt in veengebieden en moerassen. Kenmerkend voor de waterscheerling is de rechtopstaande, in kamertjes verdeelde wortelstok. Het blad is dubbel of drievoudig gevind en glanzend groen met een gezaagde rand. Er is geen omwindsel, maar wel veelbladige omwindseltjes rond de kleine schermen.


Pastinaak, een gele schermbloemige

Pastinaak, een gele schermbloemige

Pastinaak, een gele schermbloemige

Tot slot een vreemde eend in de bijt van witte schermbloemigen: de Pastinaak. Omdat het de enige gele schermbloemige is die je in de berm tegenkomt. Andere gele schermbloemigen zijn bijv. Lavas en Venkel.

En zo kun je dus nog dagen rondzwerven op zoek naar al de details van bovengenoemde planten, en naar nog niet genoemde schermbloemigen zoals Karwij, Roomse Kervel, Fijne Kervel, Hondspeterselie, Doornzaad, Torkruid, Borstelscherm ....... enz. enz. Als ik dit schrijf is het november en ik zal dus tot de zomer moeten wachten om de serie af te maken. Voorlopig kun je het blad van keukenkruidachtigen als kervel, karwij, selderie en peterselie gelijktijdig met de bospeentjes bestuderen op de groenteafdeling van de supermarkt. De rest moet helaas wachten!


Duizendblad

Duizendblad

Duizendblad

Een plant die je net zo gemakkelijk in dit rijtje schaart, omdat ze vrolijk tussen de berenklauwen en de wilde penen staat, maar die tot een geheel andere familie behoort is het Duizendblad. De plant dankt haar naam aan de ′uit duizend blaadjes bestaande$prime; bladeren. Van dichtbij zie je dat de bloempjes samengesteld zijn en dat het dus een lid van de Composietenfamilie is: het hart van de bloem lijkt uit nieuwe bloempjes te bestaan (witte lintbloemen en rozige buisbloempjes). Na enige oefening vallen ze direct op doordat ze witter en compacter ogen dan de leden van de Schermbloemenfamilie

    Algemeen

  • Berenklauw (Heracleum):
    • Gewone berenklauw (H. sphondylium)
    • Reuzenberenklauw (H. mantegazzianum) - stinzenplant
  • Peen (Daucus carota)
  • Zevenblad (Aegopodium podagraria)
  • Torkruid (Oenanthe):
    • Watertorkruid (Q. aquatica)
    • Pijptorkruid (O.fistulosa)
  • Doornzaad (Torilis) (bloemkleur witrood) :
    • Heggendoornzaad (T. japonica)
    • Knopig doornzaad (T. nodosa)
  • Kervel (Anthriscus):
    • Fluitenkruid (A. sylvestris)
  • Ribzaad (Chaerophyllum):
    • Dolle kervel (C. temulum)
  • Watereppe (Sium):
    • Grote watereppe (S. latifolium)
    • Kleine watereppe (Berula erectum)
  • Hondspeterselie (Aethusa cynapium)
  • Varkenskervel (Peucedanum):
    • Melkeppe (P. palustre)
  • Peterselie (Petroselinum) - Peterselie (P. crispum) - kleur groengeel

    Vrij zeldzaam tot zeer zeldzaam

  • Torkruid (Oenanthe):
    • Dodemansvingers (O. crocata) - zeer zeldzaam
    • Zilt torkruid (O. lachenalii) - kust, zeldzaam
    • Varkenskervel-torkruid (O. peucedanifolia) - zeldzaam
    • Beverneltorkruid (O.pimpinelloides) - zeer zeldzaam
    • Weidekervel-torkruid (O. silaifolia) - zeer zeldzaam
  • Doornzaad (Torilis) (bloemkleur witrood) :
    • Akkerdoornzaad (T. arvensis) - zeer zeldzaam
  • Kervel (Anthriscus):
    • Fijne kervel (A. caucalis) - vrij zeldzaam
    • Echte kervel (A. cerefolium) - zeer zeldzaam
  • Ribzaad (Chaerophyllum):
    • Knolribzaad (C. bulbosum) - zeer zeldzaam
  • Roomse kervel (Myrrhis odorata) - zeldzaam
  • Gevlekte scheerling (Conium maculatum) - vrij zeldzaam
  • Karwij-selie (Selinum carvifolia - zeer zeldzaam
  • Varkenskervel (Peucedanum):
    • Karwijvarkenskervel (P. carvifolia) - zeldzaam
    • Varkensvenkel (P. officinalis) - zeer zeldzaam
  • Bevernel (Pimpinella):
    • Grote bevernel (P. major) - vrij zeldzaam
    • Kleine bevernel (P. saxifraga) - vrij zeldzaam
    • Anijs (P. anisum) - zeer zeldzaam
    • Vreemde bevernel (P. peregrina) - zeer zeldzaam
  • Peterselie (Petroselinum):
    • Wilde peterselie (P. segetum) - wit-rood, vrij zeldzaam
  • Selderij (Apium):
    • Selderij(Apium graveolens) - vrij zeldzaam
    • Groot moerasscherm (A. nodiflorum) - vrij zeldzaam
    • Kruipend moerasscherm (A. repens) - zeer zeldzaam
    • Ondergedoken moerasscherm (A. inundatum) - zeldzaam)
  • Sikkelkruid (Falcaria vulgaris) - zeer zeldzaam
  • Akkerscherm (Ammi) - bloemkleur witgeel:
    • Fijn akkerscherm (A. visnaga) - zeldzaam
    • Groot akkerscherm (A. majus) - zeldzaam
  • Zeevenkel Crithmum maritimum: zeeduinen, zeldzaam - kleur wit-geel
  • Straalscherm (Orlaya grandiflora) - zeer zeldzaam
  • Naaldkervel (Scandix pecten-veneris) - zeer zeldzaam
  • Karwij (Carum):
    • Karwij (C. carvi) - bedreigd
    • Kranskarwij (C. verticillatum) - zeer zeldzaam