Groot hoefblad - Hoefbladkristalkopje en Voorjaarskristalkopje
(Pelasites hybridus - Didymium tussilaginis en Didymium vernum)
Het Groot hoefblad bloeit in de lente en is meestal te vinden langs de waterrand of in de buurt van water of drassige grond. De tweehuizige plant bloeit met roze buisbloempjes. Na de bloei verschijnt het blad dat in de maanden daarna enorme afmetingen krijgt. Het Groot hoefblad doet dan dienst als parasol voor allerlei kleinere planten en diertjes.
Op de onderzijde van het blad van Groot hoefblad kun je rond eind april-begin mei 2 (zeldzaam 3) soorten kristalkopjes (Didymium) vinden.
Kleine, zwarte of bruine spikkeltjes, verstrikt in de lange haren van het blad, verraden de aanwezigheid van deze slijmzwammen. Tijd om het loepje of de macrolens erbij te pakken.
Hoefbladkristalkopje (Didymium tussilaginis)
Het Hoefbladkristalkopje is de meest voorkomende van de 2 (3) soorten, maar heeft tot voor kort weinig aandacht gekregen. Het is dan ook een heel gedoe en vereist veel geduld om al die bladeren om te draaien en de onderzijde van al die bladeren af te speuren naar de donkere spikkeltjes. Lang niet elk blad is prijs. Verre van dat zelfs!
De vruchtlichamen zijn onregelmatig rond of langwerpig plasmodiocarp, afgeplat en zittend. Je herkent ze aan de blauwig zwarte tot grijze kleur (het Voorjaarskristalkopje is roodbruin van kleur). Het peridium bestaat uit 1 laag en is spaarzaam bedekt met wittige, kleine kalkschalen. Met een macrolens wordt ook de mooie metallic glans zichtbaar.
De hypothallus is opvallend, wit tot beige en er staan meerdere vruchtlichamen op, maar eigenlijk vormen de haren van het hoefblad-blad al een soort van hypothallus.
De columella is onopvallend en ziet er uit als een kalkachtig, wittig laagje.
Het peridium bestaat uit 1 laag, is vliezig, grijs tot zwart en glinstert met een metallic, blauwe schittering, in TL lichtbruin tot geelbruin en schaars bedekt met onregelmatig hoekvormige kalkkristallen.
Sporen vrij, donkerbruin in massa, in TL bleek- tot violetbruin, onregelmatig met stekels bezet, soms ook in groepjes, bolvormig tot eivormig, 11-16x10-14 mu.
Plasmodium donker lila tot grijs.
Capillitium wit, kleurloos in doorschijnend licht, soms ook licht- of donkerbruin en met kleine insluitsels van kristallen of amorfe kalk. Draden soms met donkere zwellingen.
Netvormig of onregelmatig vertakt.
De columella is onregelmatig wit tot beige en bestaat uit een kalklaagje op de bodem van het vruchtlichaam.
Vergelijk
Voorjaarskristalkopje (Didymium vernum)
Het Voorjaarskristalkopje komt eveneens voor op de onderzijde van het blad van Groot hoefblad, maar is veel zeldzamer. Het verschil zie je direct aan de bruinige kleur (het Hoefbladkristalkopje is zwart van kleur).
De zittende vruchtlichamen staan verspreid of in kleine groepjes.
De hypothallus is witachtig tot beige.
Het peridium bestaan uit 1 laag en breekt onregelmatig open. De kleur is licht- tot oranjebruin en heeft blauwe en bruine weerschijnkleuren. Het peridium is soms bedekt met gele vlekken en grote kalkschalen met geel of oranje kristallen.
Het capillitium is spaarzaam aanwezig, kleurloos tot lichtbruin, met hier en daar donkere verdikkingen. De draden zijn glad en onregelmatig vertakt.
De columella bestaat uit een dun, kalkachtig, oranjebruin laagje op de bodem van het vruchtlichaam,
Sporen in massa donkerbruin, onregelmatig bezet met stekeltjes, bolvormig of eivormig, 9-12 x 8-11 mm.
Kenmerken van het geslacht Kristalkopje (Didymium) waartoe Hoefbladkristalkopje behoort.
Didymium (Kristalkopje)
Vruchtlichamen zittend of gesteeld.
Peridium vliezig met een laag kalkkristallen of uit kalkkristallen samengestelde schubben of plaatjes. Soms vertoont de schaal slechts op het breukvlak een kristallijne structuur of de schaal is bestoven met losse kristallen.
Vaak is er een columella of een kalkafzetting aan de voet van het peridium (bij zittende soorten). Er kan ook een pseudocolumella zijn in de vorm van een dikke, basale peridiale plaat met kalk. *
De capillitiumdraden zijn vertakt, soms onderling verbonden, ze hebben soms ook kleine verdikkingen.
Sporen in massa donkerbruin.
Kristalkopjes worden veel gevonden op hyacintbollen die binnenshuis in bakjes tot bloei gebracht worden (Kijk op exoten, april 2019 NMV). Alle in Nederland voorkomende soorten werden gevonden.
Michel Poulin onderscheidt in zijn studie "
Étude sur la terminologie des columelles de Myxomycètes " meerdere, kenmerkende steeluiteinden bij vooral Didymium.
Kort samengevat komt het op het volgende neer:
Columella bij Didymium
Echte columella - steel loopt door tot in het sporangium. Bij zittende sporangia is de steel geheel verborgen in het vruchtlichaam.
Basale columella - uitsteeksel van de steel aan de voet van de sporocyste. De vorm is variabel. De columella dringt niet door tot in het vruchtlichaam. Bij zittende sporangia is deze columella vaak gevuld met kalk. Bij sommige gesteelde sporangia is het soms lastig om te onderscheiden of het peridium de top van de steel gekromd bedekt (basale columella) of dat de steel doordringt tot in het vruchtlichaam (echte columella).
Didymium kent 2 speciale soorten basale columella.
Secundaire columella - uitsteeksel aan de steeltop gevormd door een opeenhoping van kalkkristallen, afkomstig van het peridium. Het uitsteeksel is gescheiden van het bovenste deel door een dun vliesje waar de draden van het capillitium aan bevestigd zijn. Als de steel kalkrijk is, is de secundaire columella niet te onderscheiden. Je zou van een pseudocolumella kunnen spreken.
Hypocolumella - bij sterk gekromde vruchtlichamen is de steel bedekt door het peridium dat aan de binnenzijde bekleed is met een laag kalkkristallen. Deze structuur lijkt op de bovengenoemde basale columella. Deze columella komt voor bij soorten met een schijfvormig vruchtlichaam dat rond de steeltop gebold is.