YAV PHOTOZ - Natuurfotografie en informatie duinen
HOME==>Over Yavanna
CONTACT

.... De echtgenote van Aulë is Yavanna, de Geefster van Vruchten. Zij houdt van alle dingen die op aarde groeien, en al hun talloze vormen houdt zij in haar geest, van de bomen als torens in de vroegere wouden tot het mos op de stenen, of de kleine, geheime dingen in de humuslaag. In aanzien volgt Yavanna op Varda onder de Koninginnen van de Valar. In de vorm van een vrouw is zij lang, en in groen gekleed; maar af en toe neemt zij andere vormen aan. Sommigen hebben haar gezien terwijl zij als een boom onder de hemel stond, gekroond met de Zon; en van al zijn takken droop een gulden dauw op de kale aarde en deze werd groen van koren; maar de wortels van de bomen stonden in de wateren van Ulmo, en de winden van Manwë spraken in zijn bladeren. Kementári, de Koningin van de Aarde, luidt haar bijnaam in de Eldarijnse taal. (uit Valaquenta - De Silmarillion J.R.R. Tolkien, 1977)

... In die tijd ordenden de Valar de zeeën en de landen en de bergen, en Yavanna plantte tenslotte de zaden die zij lang geleden had bedacht. En aangezien er, toen de vuren waren getemperd of bedolven onder de oeroude heuvels, behoefte was aan licht, maakt Aulë op verzoek van Yavanna twee machtige lampen om Midden-Aarde, die hij te midden van de omringende zeeën had gebouwd, te verlichten. Toen vulde Varda de lampen en Manwë wijdde ze en de Valar plaatsten ze op hoge zuilen, veel hoger verheven dan welke bergen uit latere tijden ook. Eén lamp stelden zij op bij het noorden van Midden-aarde, en deze werd Illuin genoemd; en de andere werd in het zuiden opgesteld en deze werd Ormal genoemd; en het licht van de lampen van de Valar stroomde over de Aarde uit, zodat alles als het ware in een onveranderlijke dag was verlicht.
Toen begonnen de zaden die Yavanna had gezaaid, snel te ontkiemen en te bloeien en er ontsproot een veelheid van grote en kleine groeiende dingen, mossen en grassen en grote varens en bomen waarvan de toppen met wolken waren gekroond alsof het levende bergen waren, maar wier voeten in een groene schemer waren gehuld. En beesten kwamen te voorschijn en huisden op de grazige vlakten of in de rivieren en de meren, of liepen in de schaduw van de wouden. Tot dan toe had er nog geen bloem gebloeid of een vogel gezongen, want deze dingen beidden nog hun tijd in de boezem van Yavanna; maar haar verbeelding leverde schatten op, en nergens rijkere dan in de middelste delen van de Aarde waar het licht van beide Lampen samenkwam en versmolt. En daar op het Eiland Almaren in het Grote Meer was de eerste woonplaats van de Valar, toen alle dingen jong waren en het nieuwe groen nog een wonder was in de ogen van de makers; en zij waren lange tijd tevreden. (uit Quenta Silmarillion - De Silmarillion J.R.R. Tolkien, 1977)

.... Toen Aulë nu zwoegde bij het maken van de Dwergen, hield hij dit werk voor de andere Valar verborgen; maar tenslotte deelde hij zijn gedachten aan Yavanna mee en vertelde haar alles wat er was gebeurd. Toen zei Yavanna tegen hem: 'Eru is genadig. Nu zie ik dat uw hart zich verheugt, en dat mag het waarlijk ook, want gij hebt niet alleen genade ontvangen, maar ook mildheid. Maar omdat ge deze gedachte tot zijn vervulling voor mij verborgen hebt gehouden , zullen uw kinderen weinig liefde koesteren voor de dingen waar ik van houd. Zij zullen in de eerste plaats houden van de dingen die hun eigen handen hebben gemaakt, net zoals hun vader. Zij zullen in de aarde delven en zullen zich niet bekommeren om de dingen die op aarde groeien en wonen. Menige boom zal de beet van hun meedogenloos ijzer voelen.
Maar Aulë antwoordde" "Dat geldt ook voor de Kinderen van Ilúvatar; want zij zullen eten en zij zullen bouwen. En hoewel de dingen van uw rijk op zichzelf waarde bezitten en waarde zouden hebben als er geen Kinderen zouden komen, toch zal Eru hun heerschappij geven en zij zullen alles dat zij in Arda vinden, gebruiken: hoewel niet, volgens de bedoeling van Eru, zonder eerbied of zonder dankbaarheid."
"Niet tenzij Melkor hun harten verduistert," zei Yavanna. En zij was niet bevredigd, maar in haar hart gegriefd, vrezend wat er in de toekomst in Midden-Aarde zou kunnen gebeuren. (uit Quenta Silmarillion - De Silmarillion J.R.R. Tolkien, 1977)