Piekhaarzwammetje (Crinipellis scabella)

Piekhaarzwammetje


Het Piekhaarzwammetje lijkt wat op het Ruitertje. De laatste heeft echter niet de schubjes op de hoed, en groeit op dode takkjes, het Piekhaarzwammetje groeit vooral op dood gras. Kenmerkend voor het Takruitertje is ook de zodenvormende groei.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Piekhaarzwammetje
familieTricholomataceae (Tricholomataceae)
info familieDeze familie kent 127 geslachten
geslacht Kegelzwam (Strobilurus)
info geslacht Paddenstoelen met een kleine hoed en een droog, mat oppervlak. De lamellen zijn witachtig en aangehecht. De steel is geelbruin, aan de top lichtbruin en zeer taai. De steelbasis heeft myceliumstrengen. Vaak op kegels van naaldbomen.
naam Piekhaarzwammetje (Crinipellis scabella)
waar in helmduinen, langs de zeereep droog grasland en wegbermen op kalkhoudende grond, zeer algemeen in de duinen
sporeekleur wit
hoed 0,5-1 cm, met roestbruine schubjes op wittige ondergrond, hoedrand vaak gerimpeld, oppervlak droog
steel roestbruin -> bruinzwart, fijn viltig
plaatjes wit, vrij ver uiteenstaand, smal aangehecht