Kleine duinvezelkop (Inocybe vulpinella)

Kleine duinvezelkop


De Kleine duinvezelkop, op grond van macroscopische kenmerken als de vindplaats (zandduinen met kruipwilg), de witte, iets opgezwollen steelbasis en de vezelige hoed. Maar er zijn meer Inocybes die bij de kruipwilg groeien. Vezelkoppen zijn typische microscoop-paddestoeltjes.

Zoals bij alle Inocybes is de steel belangrijk bij determinatie. Is de steel (deels) berijpt? Heeft de steel een paarsige tint? Bij de Kleine duinvezelkop is dat lastig te zien, omdat de steelbasis bedekt is met zand.

Steel 3-5 cm x 4-6 mm, wit, naar de steelbasis bruin, met een witte, gerande knolvoet.

Overgenomen van www.inocybe.org
Inocybe met gladde sporen

Inocybe Vulpinella

Korte beschrijving

Robuuste paddestoel, hoed varieert in grootte van 1 tot 5 cm.
Het hoedoppervlak is vezelig tot geschubd, maar ook ruwharig.
Hoedkleur oker-bruinig, licht tot middenbruin, maar ook helder roodbruin.
Jong deels met dikke grijswitte gebarsten velumlaag bedekt.
Steel geheel berijpt, meestal diep in het zand stekend, derhalve tweekleurig.
Lamelsnede bij jonge exemplaren wit tot gelijk gekleurd, bij oudere exemplaren deels vanaf de rand bruin wordend.

Sporen meestal groot (tot ca. 16 micrometer). Met karakteristieke dikke wanden en bruinige, korrelig aandoende inhoud.
Cystiden meestal kort en dikwandig; cheilcystiden deels bruinig, lde wanden reageren zwak positief op KOH.

Standplaats: zandduinen

Macroscopisch zeer variabel.



Overgenomen uit A Revision of the Genus Inocybe in Europe by Th.Kuyper, 1986 Rijksherbarium Leiden
Hoed 12-40 mm, gewelfd tot uitgespreid, met vage umbo of zonder umbo, bruin tot donkerbruin in het midden, naar de rand toe oranje-bruin tot okerbruin, ruwharig, vezelig tot geschubd, jong met spinnenwebachtig grijze velumlaag met aanklevende zandkorrels, in het midden vaak blijvend.
Lamellen , L=30-50, 1 =1,3, matig dicht opeen, 5-10 mm breed, vrij dik, smal aangehecht, grijsbruin tot geelbruin, uiteindelijk donkerbruin.
Steel 22x74x2,9 mm, cilindrisch met iets verdikte voet (tot 10 mm), geelbruin of oranjebruin in het bovenste deel, naar onder toe donkerder, knol wit, vezelig. Geen gordijn bij jonge exemplaren.
Vlees wit in de hoed en steel, zuiver wit in de knol. Geen geur. Smaak onopvallend.

Sporen (11.5-)12.0 - 18.0(-18.5) x 7.0-9.0(-9.5)) μm, gemiddeld 13.0 - 16.0 x 7.3 -8.4 μm, Q=(1.4- )1.5-2.2(-2.3)μm, Q =1.6 - 1.9 μm, glad tot iets hoekig, afgerond naar de top toe, met zeer dikke wanden.
Pleurocystiden 41-(44) - 77 (-83) x (13-)14-26(-28)μm, cylindrisch-knotsvormig, (slank) knotsvormig tot spindelvormig, met zeer dikke wanden, met meer dan 5,0 gm dikke, bijna kleurloze tot heldergele wand, top rijkelijk bedekt met kristallen, talrijk.
Cheilocystiden gelijk aan de pleurocystiden, tamelijk talrijk.
Paracystidia steelvormig tot knotsvormig, dun- tot enigszins dikwandig, kleurloos of bruin.
Basidia 27-46 x 10 - 16 μm , 4-sporig.
Caulocystidia aflopend naar de steelbasis, in de bovenste helft gelijk aan cheilocystidia, in de onderste helft vaak onregelmatig.
Cauloparacystidia aanwezig aan de steelbasis.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Kleine_duinvezelkop
familieInocybaceae (Inocybaceae )
info familieEr zijn 13 geslachten en 821 soorten Inocybaceae. Ze komen wijd verspreid voor in tropische en gematigde gebieden.
geslacht Vezelkop (Inocybe)
info geslacht Veel Inocybe zijn in meer of mindere mate giftig en bevatten muscarine. Sommige soorten bevatten psylocibine, een psychoactieve stof.
naam Kleine_duinvezelkop (Inocybe vulpinella)
waar op vochtige, kalkrijke grond, bij kruipwilg, zeereep
sporeekleur m,b
hoed roodbruin
steel 3-5 cm x 4-6 mm, wit, naar steelbasis bruin, witte, gerande knolvoet.
plaatjes roodbruin