Gele orchis

Gele orchis (Ophrys lutea)

De Ophrys lutea is een van de weinige gele orchideeën. Het uiterlijk is nogal variabel, maar door de kleur is de keuze beperkt. Andere gele orchissen zijn de O.melena, O. sicula en O.phryganae. Zij worden alle tot de subgroep Ophrys lutea gerekend.

Kenmerkend voor de O. lutea zijn de grotere bloemen en de hoek van 45 graden die de bloemen met de stengel vormen, de andere leden van de groep hebben horizontaal geplaatste bloemen. Een ander kenmerk is de diepe groef die ontstaat door de 2 langwerpige uitsteeksels aan de voet van de lip (alsof de lip aan de voet gescheurd is).
De afgeronde zijlobben overlappen vaak de centrale lob.
O. lutea bloeit gedurende lange tijd, namelijk van februari tot juni, dit is veel langer dan de bloeitijd van de kleinere O. sicula.
De gele orchis bloeit met 2-6, drie cm grote, geelgroene bloemen in een ijle aar. De schutbladen zijn langer dan de vruchtbeginsels.
Er zijn twee lancetvormige, geelgroene zijdelingse kelkbladen en een eivormig bovenste kelkblad dat als een kapje over het gyunostemium is gebogen. De kroonbladen zijn klein, langwerpig en geel.
De lip is fluweelachtig behaard. Het centrum is oranjebruin tot donkerbruin, de brede rand is felgeel. De centrale lob is onderaan v-vormig gespleten.
Het speculum is vrij klein, tweelobbig, lang ovaal en blauw- of grijskleurig.
Het gynostemium is kort en stomp en vormt een scherpe hoek met de bloemlip. Er is geen aanhangsel.
Kenmerken van het geslacht Spiegelorchis  (Ophrys) waartoe Gele orchis behoort.

Het geslacht Ophrys bestaat uit een grote groep orchideeën die tot de Orchis-groep behoren. Kenmerkend voor deze orchideeën is de voortplanting via pseudocopulatie, d.w.z. dat zij hun stuifmeel verspreiden door hun bloemen op vrouwelijke insecten te laten lijken en zelfs de bijbehorende vrouwelijke feromonen af te scheiden. Hier komen uiteraard de bijpassende insectenheren begerig op af. Terwijl de heren pogen om tot ′de daad′ over te gaan, plakt het stuifmeel aan hen vast en zo brengen zij bij een volgende poging bij een volgende bloem ′met aantrekkelijke dame′ het stuifmeel van de ene op de andere bloem over.
De orchideeën uit deze groep bloeien in het voorjaar. In de zomer zijn er slechts de ondergrondse tubers. In de late zomer-herfst wordt een rozet bladeren ontwikkeld.
Bijna alle soorten zijn afhankelijk van bepaalde schimmels. Het lukt dan ook zelden om een dergelijke orchidee te verplanten.
Het blad is groen tot blauwachtig van kleur. Er groeien 2-12 bloemen aan de rechtopstaande stengel.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - gele_orchis
familieOrchideeënfamilie (Orchidaceae)
info familieLeden van deze familie hebben bladen met een gave rand, ze zijn meestal lancetvormig, aan de voet vaak stengelomvattend.
De bloemen staan in aren, trossen of pluimen.
De bloemen zijn symmetrisch, ze hebben 6 kroonblaadjes en zijn vaak opvallend gekleurd.
Vijf van de zes kroonblaadjes zijn vaak naar elkaar toegebogen en vormen zo een soort helm, het zesde blaadje staat apart, is groter dan de overige blaadjes en wordt lip genoemd. Deze lip loopt vaak uit in een spoor.



Bij de inlandse orchideeën zijn de stijl, de stempel en 1 meeldraad zonder helmdraad, dus alleen een helmknopje, vergroeid tot een zuiltje. Het helmknopje bestaat uit twee hokjes en zit meestal voor de stempel.
In de hokjes zit het stuifmeel in de vorm van een klompje. Deze stuifmeelklompjes hebben een steeltje. Het einde van dit steeltje is weer vergroeid met een snaveltje (rostellum). Een deel van dit snaveltje is veranderd in gom of in een paar kleefschijfjes. De stuifmeelklompjes groeien hieraan vast. Soms liggen de schijfje bloot, bv. bij de Muggenorchis. Bij andere geslachten ligt ieder schijfje weer in een napje. Ook kunnen beide schijfjes in 1 napje liggen.

Onder de stempelplek ligt bij vele soorten de ingang tot de spoor waar de honing bewaard wordt. Bij sporenloze orchideeën ligt de honing op de onderlip.

Als nu een insect, op zoek naar de honing, tegen de kleefschijfjes aankomt, dan plakken deze inclusief de stuifmeelklompjes vast op de kop van het insect. Is er een beursje, dan klapt dit bij aanraking terug en komen de kleefschijfjes bloot te liggen en kunnen ze vastplakken op de kop van het insect. De steeltjes van de klompjes staan dan rechtovereind op de kop van het insect. Na een paar seconden, net genoeg voor het insect om een volgende bloem te vinden, buigen de steeltjes door en kunnen het stuifmeel overbrengen op de bloem waar het insect zich inmiddels bevindt.

Oorspronkelijk bloeiden orchideeën met de lip naar boven gericht. Dit bleek onhandig voor de insecten die op hun kop op de lip moesten landen om bij de honing te kunnen. De evolutie heeft dit gecorrigeerd door het onderstandige vruchtbeginsel een halve slag te draaien - de bloem, die in de knop nog naar boven is gericht - wordt nu bij het openen gedraaid.



De andere twee binnenste bloemdekblaadjes zijn meestal ongeveer gelijk van vorm met de drie van de buitenste krans. Soms vormen ze samen met de bovenste van de buitenkrans een soort helm boven de stempelzuil.
Orchideeën leven in symbiose met bodemschimmels die de wortels binnendringen. Het heeft dan ook geen zin om orchideeën uit te graven voor in de tuin: ze zullen het niet overleven.
naam gele_orchis (Ophrys lutea)
waar kalkrijke, vochtige of droge bodem op zonnige of halfbeschaduwde plekken, zoals kalkgraslanden, ruigtes, bermen en lichte bossen. Middellandse Zeegebied
bloei februari - juni
kleur geel
blad bladeren in rozet
vrucht doosvrucht