Blesharlekijn


A. champagneuxii (Blesharlekijn) verschilt niet al te veel van A. picta (Slanke harlekijn):

  • Bij A. champagneuxii is het centrale deel van de lip geheel wit of paars, niet gestippeld
  • De zijslippen van de A. champagneuxii zijn bijna geheel teruggebogen. De zijslippen van de A. picta zijn veel minder teruggebogen of zelfs vlak uitgespreid
  • De spoor van A. champagneuxii is langer en aan het einde vlakker
  • De stengel van A. champagneuxii is korter, dunner en draag minder (meestal hooguit 6) bloemen
  • A. champagneuxii groeit vaak in opvallend dichte groepen. Dit komt doordat ze zich vegetatief vermeerdert
  • A. champagneuxii heeft 3 tubers, terwijl A. picta er slechts 2 heeft. Het is overigens niet de bedoeling deze beschermde planten op te graven om de knollen te bekijken. Dus sommige dingen moet je maar gewoon aannemen.
'; Bloemstengel naar boven toe violet aangelopen.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Blesharlekijn
familieOrchideeënfamilie (Orchidaceae)
info familieLeden van deze familie hebben bladen met een gave rand, ze zijn meestal lancetvormig, aan de voet vaak stengelomvattend.
De bloemen staan in aren, trossen of pluimen.
De bloemen zijn symmetrisch, ze hebben 6 kroonblaadjes en zijn vaak opvallend gekleurd.
Vijf van de zes kroonblaadjes zijn vaak naar elkaar toegebogen en vormen zo een soort helm, het zesde blaadje staat apart, is groter dan de overige blaadjes en wordt lip genoemd. Deze lip loopt vaak uit in een spoor.



Bij de inlandse orchideeën zijn de stijl, de stempel en 1 meeldraad zonder helmdraad, dus alleen een helmknopje, vergroeid tot een zuiltje. Het helmknopje bestaat uit twee hokjes en zit meestal voor de stempel.
In de hokjes zit het stuifmeel in de vorm van een klompje. Deze stuifmeelklompjes hebben een steeltje. Het einde van dit steeltje is weer vergroeid met een snaveltje (rostellum). Een deel van dit snaveltje is veranderd in gom of in een paar kleefschijfjes. De stuifmeelklompjes groeien hieraan vast. Soms liggen de schijfje bloot, bv. bij de Muggenorchis. Bij andere geslachten ligt ieder schijfje weer in een napje. Ook kunnen beide schijfjes in 1 napje liggen.

Onder de stempelplek ligt bij vele soorten de ingang tot de spoor waar de honing bewaard wordt. Bij sporenloze orchideeën ligt de honing op de onderlip.

Als nu een insect, op zoek naar de honing, tegen de kleefschijfjes aankomt, dan plakken deze inclusief de stuifmeelklompjes vast op de kop van het insect. Is er een beursje, dan klapt dit bij aanraking terug en komen de kleefschijfjes bloot te liggen en kunnen ze vastplakken op de kop van het insect. De steeltjes van de klompjes staan dan rechtovereind op de kop van het insect. Na een paar seconden, net genoeg voor het insect om een volgende bloem te vinden, buigen de steeltjes door en kunnen het stuifmeel overbrengen op de bloem waar het insect zich inmiddels bevindt.

Oorspronkelijk bloeiden orchideeën met de lip naar boven gericht. Dit bleek onhandig voor de insecten die op hun kop op de lip moesten landen om bij de honing te kunnen. De evolutie heeft dit gecorrigeerd door het onderstandige vruchtbeginsel een halve slag te draaien - de bloem, die in de knop nog naar boven is gericht - wordt nu bij het openen gedraaid.



De andere twee binnenste bloemdekblaadjes zijn meestal ongeveer gelijk van vorm met de drie van de buitenste krans. Soms vormen ze samen met de bovenste van de buitenkrans een soort helm boven de stempelzuil.
Orchideeën leven in symbiose met bodemschimmels die de wortels binnendringen. Het heeft dan ook geen zin om orchideeën uit te graven voor in de tuin: ze zullen het niet overleven.
geslacht Anacamptis (Anacamptis)
info geslacht Het geslacht Anacamptis bestond tot voor kort uit slechts 1 soort, het Hondskruid (Anacamptis pyramidalis). Kenmerkend zijn de pyramide-achtige bloeiwijze en de 2 opstaande richels aan de voet van de lip. Naar aanleiding van recent DNA-onderzoek zijn een aantal soorten, die oorspronkelijk werden ingedeeld bij de Orchissen, toegevoegd aan dit geslacht. Inmiddels worden een aantal traditionele Orchis-soorten gerekend tot het geslacht Anacamptis. Het geslacht is opgedeeld in de volgende secties:
  • Anacamptis, hier behoort het Hondskruid
  • Coriophorae, hiertoe behoren de Wantsen- en de Welriekende wantsenorchis (A. coriophora subsp. coriophora en subsp. fragrans)
  • Laxiflora, hiertoe behoren de Moerasorchis (A. palustris) en de IJle moerasorchis (A.laxiflora)
  • Moriones. Hiertoe behoren de Blesharlekijn (A. champagneuxii), Harlekijn (A. morio), Slanke harlekijn (A. morio subsp. picta
  • Papilionaceae, hiertoe behoort de Vlinderorchis (A. papilionacea)
  • Saccatae. Hiertoe behoort A. collina (Eng. fan-lipped orchid). Deze orchidee heeft 'juichende armpjes' (de buitenste sepalen staan omhoog, de petalen zijn tot een hoedje gebogen)
Kenmerkend voor het geslacht:
  • spoor vrij dik en korter dan het vruchtbeginsel
  • stengelomvattende bovenste bladeren
  • bladeren spiraalsgewijs rond de stengel
  • schutbladen vliezig
  • buitenste bloemdekbladen (schutbladen, sepalen) groen gestreept of middenslip wijst omlaag en is teruggekromd
';
naam Blesharlekijn (Anacamptis Champagneuxii)
waar droge tot licht vochtige, basische tot licht zure bodem, zoals kruidenrijke en stenige bermen
bloei maart - mei
kleur paars, kelkbladen met groen-paarse nerven
blad 6-8 bladen in rozet, lichtgroen, ongevlekt, smal lijnlancetvormig, in de lengte tot een gootje geplooid. Enkele kleinere, stengelomvattende bladeren
vrucht doosvrucht, vermenigvuldiging via ondergrondse uitlopers