Melige toorts

Melige toorts (Verbascum lychnitis)

De Melige toorts is een 0,60 tot 1,50 m hoge plant. De bloemtrossen zijn sterk vertakt en smal (bij het Mottenkruid staat ieder bloempje op een apart steeltje). De bloemen zijn klein (1,5 - 2 cm), bleekgeel, soms heldergeel of wit. De helmdraden hebben witte wolharen (paarse wol bij Mottenkruid). Alle 5 meeldraden zijn even lang en hebben een dwarsgeplaatste helmknop. De stempel is knopvormig. De bovenste bladeren hebben een versmalde of afgeronde voet en zijn zittend. De onderzijde van het blad is melig (grijsachtig viltig) door fijne sterharen. Het vilt verdwijnt in de loop van het seizoen.
De Koningskaars en de Stalkaars hebben op de stengel aflopende bladeren. De bladen zijn aan beide zijden dicht viltig door boomvormig vertakte haren. De bloemgroepjes staan dicht opeen aan de top van de aar.
Ook de bloemsteeltjes en kelken zijn wit bestoven. De stengel is bovenaan kantig. De Melige toorts is een zeldzame, inheemse soort.
Kenmerken van het geslacht Toorts  (Verbascum) waartoe Melige toorts behoort.

De soorten van dit geslacht bevatten geen tot weinig honing. Er bestaan veel bastaarden tussen de verschillende soorten.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - melige_toorts
familieHelmkruidfamilie (Scrophulariaceae)
info familie-
naam melige_toorts (Verbascum lychnitis)
waar min of meer open, droge, matig voedselrijke, vaak omgewerkte grond en langs spoorwegen, duinen
bloei juli - oktober
kleur bleekgeel, soms wit of heldergeel
blad Bovenzijde blad zonder haren, onderzijde melig door fijne sterharen
vrucht tweehokkige, veelzadige doosvrucht