Doornappel

Doornappel (Datura stramonium)

De doornappel bloeit met opvallende bleekpaarse of witte, alleenstaande bloemen. De bloemen staan recht af en groeien aan korte stelen in de oksels van de bladeren. De bloemen zijn trechtervormig met 5 spitse slippen. De meeldraden steken niet boven de kroonbuis uit. De kelk is bleekgroen, buisvormig en aan vijf kanten geplooid. De plant bloeit in de nazomer.
Opvallender nog dan de bloemen zijn de grote, stekelige vruchten. De zaaddozen springen open met vier kleppen. De zaden zijn groot, plat en giftig. De lege hulzen blijven nog lange tijd aan de min of meer geknakte inmiddels reeds lang verdorde stengels zitten.
De bladen zijn gesteeld, eirond, kaal en ongelijk-bochtig getand.

De Datura sterft na de bloei af. Het volgend seizoen dient zij - bij wassende maan in maart of april - opnieuw gezaaid te worden. Zelden ontkiemt het uit de zaaddozen op de grond gevallen zaad.
Een duinwandeling in de nazomer lijkt dit verhaal echter niet te bevestigen. De Doornappel komt algemeen voor en vaak op bekende plekken. Het is niet aannemelijk dat de boswachters bij wassende maan in het voorjaar met het zaad van de Datura op pad gaan, toch?

Alle delen van de doornappel zijn zeer GIFTIG !
Kenmerken van het geslacht Nachtschade  (Solanum) waartoe Doornappel behoort.

-

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - doornappel
familieNachtschadefamilie (Solanaceae)
info familie-
naam doornappel (Datura stramonium)
waar bouwland, langs wegen, ook in de duinen
bloei juli - september
kleur wit - lila
blad groot, grof getand
vrucht stekelige doosvrucht