Brede orchis

Brede orchis (Dactylorhiza majalis)

Een van de verschillen tussen de Brede orchis en de Rietorchis is de bloeitijd. De Brede of Meiorchis verschijnt vanaf half mei en is eind mei op haar hoogtepunt, de Rietorchis verschijnt vanaf begin juni en bloeit tot eind juni. Helaas is er enige overlapping, zodat je alleen vroeg of laat in de periode half mei tot begin juli iets aan dit kenmerk hebt.

De Brede orchis is een gedrongen en daarmee een minder elegante verschijning dan de Rietorchis. Het blad van de Brede orchis is breder en staat uit. Het slankere blad van de Rietorchis staat min of meer recht omhoog langs de stengel.
Een ander duidelijk verschil vormen de vlekken op de bladeren. Waar de Rietorchis ongevlekt is of ringvormige vlekken heeft, heeft de Brede orchis rechthoekige, over de breedte van het blad lopende, gevulde vlekken. Gevuld gevlekte bladeren komen ook voor bij de Bosorchis en de Gevlekte orchis. Deze twee zijn echter forse, ranke verschijningen.

De lip van de bloem bestaat uit 3 lobben, de middenlob is fors. Vergelijk de lip van de Rietorchis, Ook deze is 3-lobbig, de middenlob is een weinig langer dan de zijlobben.
Het honingmerk van de Brede orchis bestaat uit donkerpaarse stipjes en lusjes, de bloem is meestal donkerpaars, zelden wit of roze. Vergelijk ook op dit punt de Rietorchis. De Gewone rietorchis (de ongevlekte soort) heeft lichtpaarse tot donkerroze bloemen met een honingmerk van lichtpaarse lijntjes en stippen. De Gevlekte rietorchis (die met de ringvormige vlekken op de bladeren) is lichter van kleur en heeft een zwaarder honingmerk van aangesloten donkerpaarse lijntjes.

De Brede orchis komt voor in gebieden met kwel van mineraalrijk grondwater (dotterbloemhooilanden, veldrusschraallanden, blauwgraslanden). Verder in diverse typen grasland, zoals bijvoorbeeld ook in duinvalleien. In Nederland komt de plant plaatselijk in grote aantallen voor.
Kenmerken van het geslacht Handekenskruiden  (Dactylorhiza) waartoe Brede orchis behoort.

De Handekenskruiden (Dactylorhiza) danken hun naam aan hun ondergrondse knollen. Deze lijken op een hand met een aantal vingers.
De kleur van de bloemen varieert van paarsachtig tot lichtroze (vrijwel wit).

.... lees verder

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - brede_orchis
familieOrchideeënfamilie (Orchidaceae)
info familieLeden van deze familie hebben bladen met een gave rand, ze zijn meestal lancetvormig, aan de voet vaak stengelomvattend.
De bloemen staan in aren, trossen of pluimen.
De bloemen zijn symmetrisch, ze hebben 6 kroonblaadjes en zijn vaak opvallend gekleurd.
Vijf van de zes kroonblaadjes zijn vaak naar elkaar toegebogen en vormen zo een soort helm, het zesde blaadje staat apart, is groter dan de overige blaadjes en wordt lip genoemd. Deze lip loopt vaak uit in een spoor.



Bij de inlandse orchideeën zijn de stijl, de stempel en 1 meeldraad zonder helmdraad, dus alleen een helmknopje, vergroeid tot een zuiltje. Het helmknopje bestaat uit twee hokjes en zit meestal voor de stempel.
In de hokjes zit het stuifmeel in de vorm van een klompje. Deze stuifmeelklompjes hebben een steeltje. Het einde van dit steeltje is weer vergroeid met een snaveltje (rostellum). Een deel van dit snaveltje is veranderd in gom of in een paar kleefschijfjes. De stuifmeelklompjes groeien hieraan vast. Soms liggen de schijfje bloot, bv. bij de Muggenorchis. Bij andere geslachten ligt ieder schijfje weer in een napje. Ook kunnen beide schijfjes in 1 napje liggen.

Onder de stempelplek ligt bij vele soorten de ingang tot de spoor waar de honing bewaard wordt. Bij sporenloze orchideeën ligt de honing op de onderlip.

Als nu een insect, op zoek naar de honing, tegen de kleefschijfjes aankomt, dan plakken deze inclusief de stuifmeelklompjes vast op de kop van het insect. Is er een beursje, dan klapt dit bij aanraking terug en komen de kleefschijfjes bloot te liggen en kunnen ze vastplakken op de kop van het insect. De steeltjes van de klompjes staan dan rechtovereind op de kop van het insect. Na een paar seconden, net genoeg voor het insect om een volgende bloem te vinden, buigen de steeltjes door en kunnen het stuifmeel overbrengen op de bloem waar het insect zich inmiddels bevindt.

Oorspronkelijk bloeiden orchideeën met de lip naar boven gericht. Dit bleek onhandig voor de insecten die op hun kop op de lip moesten landen om bij de honing te kunnen. De evolutie heeft dit gecorrigeerd door het onderstandige vruchtbeginsel een halve slag te draaien - de bloem, die in de knop nog naar boven is gericht - wordt nu bij het openen gedraaid.



De andere twee binnenste bloemdekblaadjes zijn meestal ongeveer gelijk van vorm met de drie van de buitenste krans. Soms vormen ze samen met de bovenste van de buitenkrans een soort helm boven de stempelzuil.
Orchideeën leven in symbiose met bodemschimmels die de wortels binnendringen. Het heeft dan ook geen zin om orchideeën uit te graven voor in de tuin: ze zullen het niet overleven.
naam brede_orchis (Dactylorhiza majalis)
waar Grasland (moerassige plaatsen, hooiland, extensief beweid grasland en blauwgrasland), bermen, zeeduinen (grazige duinvalleien), moerassen (trilvenen en bronmoerassen), waterkanten (langs kwelsloten en greppels), buitendijkse waarden, zandplaten, afgraving
bloei midden mei - begin juni
kleur donkerpaars, zelden wit of roze, honingmerk donker roodpaarse stipjes en lusjes
blad blad breed, sterk gevlekt met gevulde vlekken over breedte blad
vrucht doosvrucht