Andryala ragusina (Andryala_ragusina)

Andryala ragusina


A. ragusina is een rijk vertakte Andryala-soort. De eivormige-ovale, min of meer ruw getande, gesteelde bladeren staan aan de voet van de planten vaak in dichte rozetten. Langs de stengels zitten her en der wat verfrommeld aandoende blaadjes.
De planten zijn dicht bezet met wit-geelachtige tot roestbruine, stervormige haren en klieren.
De stengels zijn 20-40(50) cm lang en uitbundig vertakt, vaak alleen bovenaan. Ze zijn bedekt met sterharen.
Het omwindsel is klokvormig en bedekt met stervormige haren, zwartachtig. De buitenste blaadjes zijn veel korter dan de binnenste.

A. pinnitafida heeft gave, eivormige bladeren die stengelomvattend zijn.
A.integrifolia heeft ook gave bladeren. Deze zijn niet stengelomvattend en enigszins kreukelig golvend.
A. arenaria is meestal onvertakt en bedekt met gele haren. Hoogte 10-50 cm. Onderste blad ovaal-lancetvormig met korte steel, de bovenste iets stengelomvattend. Omwindsel cilindrisch en afgeknot. Omwindselblaadjes met zwarte klierharen op de middennerf.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Andryala_ragusina
familieComposietenfamilie (Compositae of Asteraceae:)
info familieDe Composietenfamilie is op de Orchideeënfamilie na de grootste plantenfamilie. Meer dan een tiende deel van onze inlandse soorten behoren tot deze groep. Kenmerkend voor deze familie is de samenstelling van de bloem: elke ′bloem′ bestaat uit een aantal kleine bloempjes. Die kleine bloempjes hebben niet ieder een eigen kelk, maar ze worden bijeengehouden door een korfje of omwindsel van blaadjes. Zie voor meer informatie over deze familie Infoteksten/gele composieten elders op deze site.
geslacht Andryala (Andryala)
info geslacht Evenals planten uit het geslacht Sonchus (Melkdistel) zijn de planten uit het geslacht Andryala (Wolsla) dicht bezet met haren en klierharen. De witte haren geven de planten een grijzig uiterlijk. Ook scheiden ze, net als de melkdistels, melksap af bij doorbreken.
Belangrijk bij determinatie is de vorm van de blaadjes. De bladranden kunnen gaaf of min of meer ruw ingesneden zijn. De vorm is eivormig tot ovaal-lancetvormig. Soms staan de bladen in een grondrozet en staan er slechts enkele, kleinere blaadjes langs de stengels. Het blad is dicht bezet met haren.
De omwindselblaadjes staan in 2-6 rijen en zijn smal en liggen tegen het bloemhoofdje aan. De gele lintbloemen liggen in lagen over elkaar. De achterzijde van de lintbloemen is vaak rood aangelopen.
De knoppen zijn tonnetjerond.
Bij Andryala-soorten is ook de stengel wollig en met kliertjes bedekt. De stengels zijn vertakt. De bloemhoofdjes zitten boven aan de stengel solitair of in groepjes van 3-9.
De kleur van de bloemen varieert van citroengeel tot heldergeel.
naam Andryala_ragusina (Andryala_ragusina)
waar rotsachtig, zandig terrein, Zuid-Europa
bloei juni
kleur geel
blad rand getand, grijs door beharing, lancetvormig
vrucht nootje met pluis