Herfstleeuwentand ()

Herfstleeuwentand


De stengel van de herfstleeuwentand (ook wel Vertakte leeuwentand) is vertakt en onbebladerd. De rozetbladeren zijn smal, veerdelig, glad en lopen uit in een lange punt. Hieraan kun je herfstleeuwentand onderscheiden van het biggenkruid dat eveneens een vertakte en onbebladerde stengel heeft: het blad van het biggenkruid is behaard en aan de bovenzijde stomp of in de vorm van een gelijkzijdige driehoek.
Een tweede opvallend kenmerk van de Herfstleeuwentand is de wijze waarop de stengel overgaat in het omwindsel. Bij het biggenkruid zie je een duidelijke overgang, bij de herfstleeuwentand verdikt de stengel zich naar boven toe en gaat geleidelijk over in het omwindsel.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Herfstleeuwentand
familieComposietenfamilie (Compositae of Asteraceae:)
info familieDe Composietenfamilie is op de Orchideeënfamilie na de grootste plantenfamilie. Meer dan een tiende deel van onze inlandse soorten behoren tot deze groep. Kenmerkend voor deze familie is de samenstelling van de bloem: elke ′bloem′ bestaat uit een aantal kleine bloempjes. Die kleine bloempjes hebben niet ieder een eigen kelk, maar ze worden bijeengehouden door een korfje of omwindsel van blaadjes. Zie voor meer informatie over deze familie Infoteksten/gele composieten elders op deze site.
geslacht Leeuwentand (Leontodon)
info geslacht Gele bloemen met onvertakte, bladerloze stengels. De bloemsteel is behaard, buitenste omwindselblaadjes niet helemaal neergeslagen. Tot dit geslacht behoort ook de Kleine Leeuwentand (Thrincia). Geknikte bloemknoppen zijn kenmerkend voor de Kleine en de Ruige Leeuwentand.
De herfstleeuwentand (ook wel Vertakte leeuwentand) is wel vertakt en duidelijk te herkennen aan de overgang van stengel naar omwindsel. Deze overgang is geleidelijk, waardoor een soort trechtervorm ontstaat.
naam Herfstleeuwentand (leontodon autumnalis)
waar op vochtige, voedselrijke, soms brakke grond, duinen
bloei juli - oktober
kleur geel
blad diep veerdelig, smal met lange, uitlopende punt; kaal
vrucht vruchtje met gelig witte haarkroon