Zonnerussula

Zonnerussula (Russula solaris)

De Zonnerussula heeft een stralend gele kleur, de rand van de hoed is lichter soms bijna wit. Bij oudere exemplaren is de hoedrand vaak radiair gegroefd. De rand is niet doorschijnend gestreept. De lamellen zijn wittig, later creèmekleurig. De steel is iets korter dan de hoed, heeft geen velum, het oppervlak is droog en min of meer glad, wit, bij beschadiging geel vlekkend. Het vlees is wit en bros. De paddestoel geurt naar mosterd (volgens Gerhardt naar ingeblikte appelmoes), de smaak is scherp.
Andere gele russula′, zoals bijv. de Geelwitte, de Beuken-, de zeldzame Citroengele, hebben een witte sporee. De Gele berkerussula een okergele.

Gele russula′s kom je op Elswout veel tegen. Volgend jaar aan denken om sporees te maken!
Kenmerken van het geslacht Russula  (Russula) waartoe Zonnerussula behoort.

Russula′s geven bij kneuzing geen melksap af zoals de tot deze familie behorende melkzwammen. De lamellen zijn aangehecht en kenmerkend doordat er geen korte tussenlamellen zijn. De sporen zijn wit tot dooiergeel. De steel is cilindrisch tot knotsvormig.
Het determineren van Russula′s is vooral een kwestie van proeven en ruiken, de hoedhuid aftrekken en krassen met het toversteentje.
Toversteentjes zijn kristallen ijzersulfaat. Ze zijn niet in de handel verkrijgbaar. Je schijnt ze te kunnen maken door roestige spijkers een tijdje in mosdoder te leggen.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - zonnerussula
familieRussula (Russulaceae)
info familieDe bekendste geslachten uit de Russula-familie zijn de Russula's en de Melkzwammen.
De Russula's zijn vrij gemakkelijk te herkennen aan de strakke plaatjes die alle tot aan de steel lopen. De Melkzwammen geven sap (melk) af bij beschadiging. De plaatjes zijn meestal trechtervormig aangehecht.
naam zonnerussula (Russula solaris)
waar in lanen, onder oude beuken, op matig voedselrijke, vaak lemige bodems
sporeekleur crème
hoed 2-5 cm breed, stralend goudgeel tot chromaatgeel, rand vaak wat lichter, dunvlezig, hoedrand geribd
steel iets korter dan de hoed, geen velum, oppervlak droog, glad, wit, bij beschadiging geel vlekkend
plaatjes lang wit blijvend, daarna geel