Poederzwamgast

Poederzwamgast (Nyctalis asterophora)

Kleine witte poederachtige bolletjes die meestal op het zwarte, rottende vruchtlichaam van een melkzwam of (grofplaat)russula groeien. De sporen zitten op de hoed (ongeslachtelijke chlamydosporen) en kleuren bruin bij het ouder worden, ze zijn stervormig. Eventuele geslachtelijke sporen (basidiosporen) zijn kleurloos.
De Poederzwamgast heeft meestal geen of nauwelijks ontwikkelde lamellen. De geur is meelachtig, maar wordt meestal overheerst door de stank van de rottende gastheer. De paddestoel komt voor van september tot november en is vrij algemeen.
De Plaatjeszwamgast met duidelijke lamellen is zeldzaam.
Kenmerken van het geslacht Kegelzwam  (Strobilurus) waartoe Poederzwamgast behoort.

Paddenstoelen met een kleine hoed en een droog, mat oppervlak. De lamellen zijn witachtig en aangehecht. De steel is geelbruin, aan de top lichtbruin en zeer taai. De steelbasis heeft myceliumstrengen. Vaak op kegels van naaldbomen.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - poederzwamgast
familieTricholomataceae (Tricholomataceae)
info familieDeze familie kent 127 geslachten
naam poederzwamgast (Nyctalis asterophora)
waar parasiet op rottende vruchtlichamen van melkzwammen en russula′s
sporeekleur bruinachtig, stervormig bovenop hoed, basidiosporen (aan onderkant) kleurloos
hoed 1-2 cm breed, halfbolvormig tot kussenvormig, eerst wit, later met bruin, verstuivend oppervlak
steel wit, vrij kort, met vezelig oppervlak
plaatjes plaatjes meestal niet of slecht ontwikkeld